12. Rumah Sakit (2)

Di sini Jakarta (12)

Na mijn eerste dotterbehandeling verbleef ik nog 24 uur op de ICCU ter observatie. Vervolgens moest mijn vrouw weer een nieuwe kamer bespreken omdat ik nog een dag op de gewone cardio-afdeling moest blijven. Inmiddels had ik het wel even gehad met alle draadjes en slangetjes en het daarbij behorende gebrek aan ‘bewegingsvrijheid’. Na aanwending van al mijn charmes was de mij toegewezen zuster bereid me te voorzien van een rolstoel en me tijdelijk los te koppelen van de dradenwinkel. Heerlijk, nu kon ik even mijn eigen gang gaan. Niet verder vertellen, maar ik had stiekem een pakje sigaretten en een aansteker bij me gestoken. Na ruim 35 jaar een verstokte roker te zijn geweest, viel het me gewoon te zwaar om die gewoonte van de ene op de andere dag te wijzigen.

Eenmaal ontsnapt aan de discipline van de ICCU, wist ik niet hoe snel ik met de lift naar de begane grond moest komen. Vervolgens vlug naar de zijuitgang, om buiten een sigaretje op te steken. Ik weet het, ik ben een slecht mens. Feitelijk is het volledige ziekenhuisterrein een “verboden te roken” gebied. Gelukkig komt het er in de praktijk op neer dat de bewaking geen bezwaar maakt, zolang ze maar gratis mee mogen roken. Ik realiseer me dat alle antirokers nu klaar staan met knuppels en zwepen om mij te kastijden … en waarschijnlijk hebben ze volledig gelijk. Dus, tja, mohon maaf … het spijt me. Meer kan ik niet zeggen. Na twee sigaretjes was het echter weer tijd om terug te gaan naar de ICCU. Per slot van rekening was het niet mijn bedoeling om het behandelend personeel in problemen te brengen. Eenmaal terug kreeg ik meteen op mijn falie van de zuster, want ze had direct in de gaten dat ik een rokertje had genomen. Volgens mij krijgen die zusters een speciale snuffeltraining om rokers te detecteren.

De volgende dag kon ik mijn nieuwe kamer betrekken. Eerste klasse, maar voor twee personen. Theoretisch dan, want in de praktijk blijkt mijn kamergenoot zijn vrouw en zijn pembantu (bediende) ook 24 uur op zijn kamerhelft onder te brengen. Het gevolg is, dat we de badkamer en het toilet dus met zijn vieren moeten delen. Niet echt eerste klasse. Voor de verpleging schijnt het de normaalste zaak van de wereld te zijn, dus het is zinloos om je erover te beklagen.

In de tweede en derde klasse is het nog een paar graadjes erger. Daar moet de verpleging zich af en toe een weg zien te banen tussen de overal en nergens op de grond zittende en liggende ‘visite’ van de patiënten. Het heeft veel weg van een familiepicknick c.q. logeerpartij. Op menige voor zes personen bestemde derde klasse kamer, tel ik een ‘bevolking’ van 24 mensen. Van enige vorm van privacy voor de patiënt is geen sprake, maar daar schijnt niemand zich druk om te maken. Volgens de ziekenhuisregels mag de behandelend arts toestemming geven voor 24 uurs-verblijf van visite. In de praktijk komt het erop neer dat de arts een aardige bijverdienste heeft aan het verlenen van die toestemming, want die kent uiteraard een prijs.

Mijn moslim kamergenoten blijken streng in de leer. Om half vier in de ochtend doen ze het licht in de kamer aan en beginnen ze met gebed. Ook al ben ik nu zelf moslim, half vier is toch wel een tikkeltje overdreven. Pas anderhalf uur later gaat het licht weer uit en is hun gebed ten einde. Tegen die tijd ben ik inmiddels klaarwakker en kan niet meer slapen. Ik snak naar een sigaret, maar kom tot de ontdekking dat mijn vrouw die gisteravond kennelijk stiekem in beslag heeft genomen. Paniek. Bovendien heeft ze mijn portemonnee meegenomen en kan ik niet even ‘buiten de deur’ sigaretten kopen. Ze is wel slim en doortrapt, dat lieve vrouwtje van mij. Ik weet dat ze het allerbeste met me voor heeft en het allemaal in mijn eigen belang doet, maar ja …. ik snak nu eenmaal naar een sigaret.

Vanuit het raam van mijn kamer kijk ik uit op de bewakingspost van het ziekenhuis en zie de daar aanwezige drie bewakers gezellig samen een sigaretje roken. Bingo. Geld heb ik niet, dus ik moet mijn grijze cellen hard aan het werk zetten om daar een oplossing voor te vinden. Uiteindelijk besluit ik dat een goederenruil in mijn geval het meest voor de hand ligt, dus steek ik een zak nootjes en een zak chips in mijn broekzakken en vertrek hoopvol naar buiten. De zak nootjes blijkt goed voor drie sigaretten. Een economisch gezien slechte ruil, maar ja …. beter iets dan niets. Met z’n vieren paffen we er nu lustig op los. Pal onder het grote spandoek waarop staat aangegeven dat het niet is toegestaan om op dit terrein te roken. Dit is Indonesia ten voeten uit.

De volgende dag mag ik gelukkig weer naar huis, maar ontslagen worden uit het ziekenhuis blijkt een tijdrovende kwestie. In Jakarta zien artsen hun patiënten op de eerste plaats als geldmachines. Iedere ingreep en welke vorm van behandeling dan ook, heeft als primair doel: het genereren van opbrengst. Ik heb aangegeven dat ik om tien uur in de ochtend naar huis wil gaan en ik heb de ziekenhuisadministratie verzocht om tijdig de rekening op te maken. Maar ja, zoals ik al zei, dit is Jakarta en dus krijgen mijn vrouw en ik om tien uur te horen dat de rekening pas kan worden opgemaakt nadat de hoofdzuster van de arts te horen heeft gekregen dat ik ontslagen mag worden. Ondanks het feit dat Dr. Dasaat, in aanwezigheid van de hoofdzuster, mij het ontslag gisteren al mondeling heeft toegezegd, blijken de formaliteiten nog steeds niet rond. Even later blijkt waarom. Als het ziekenhuis mij tot na de middag als patiënt mag beschouwen, kunnen ze me een extra dag kamerhuur plus maaltijdkosten in rekening brengen. Dat wordt me toch echt te gortig en ik besluit om een ultimatum te stellen. Ik laat de hoofdzuster weten dat ik om elf uur het ziekenhuis verlaat, rekening of geen rekening. Uti voelt zich opgelaten over mijn dreigement, maar vijftien minuten later is de rekening opgemaakt en kan ik naar huis. Zijn ze nou helemaal gek geworden…..

Glenn Abels