11. Rumah Sakit (1) (Ziekenhuis)

Di sini Jakarta (11)

Begin december 2008 heb ik, kort na elkaar, twee hartinfarcten gehad. Twee grotendeels verstopte hartslagaders waren er de oorzaak van. Dat is even schrikken, hoor. Natuurlijk had ik daar zelf schuld aan. Ik rookte als een ketter, keek regelmatig te diep in het glaasje en deed zo goed als niets aan lichaamsbeweging. Maar ja, de mens vertoont nu eenmaal grote gelijkenis met de struisvogel. In geval van problemen stop je gewoon je kop in het zand.

Ik kan me dat gedrag helaas niet langer veroorloven en mijn vrouw laat me dat dagelijks weten. Het is overigens de liefste vrouw die ik me kan wensen. Ze staat dag en nacht voor me klaar. Helaas ben ik niet de meest ideale man en echtgenoot. Ik maak fouten, ben wel eens koppig en drijf mijn eigen zin wel eens door. Misschien ben ik wel gewoon “een beetje dom”.

Ik kreeg mijn eerste infarct gewoon thuis, belde mijn vrouw en dertig minuten later lag ik op de eerste hulp afdeling van het dichtstbij gelegen ziekenhuis. Volstrekt onwetend hoe het er in de Indonesische gezondheidszorg aan toe gaat, liet ik me alle onderzoeken welgevallen. Pas later vertelde mijn vrouw me, dat ze elk onderzoek eerst contant vooruit had moeten betalen.

Een dag later, en ruim 2.000 euro armer, stelde de behandelend arts voor om een PCI te doen, een dotterbehandeling. Met mijn Hollandse mentaliteit ging ik daar direct mee akkoord. Elke arts heeft toch het beste met je voor? Niet dus. Mijn vrouw zag zich genoodzaakt onmiddellijk in onderhandeling te gaan over de prijs van de behandeling. Iets wat in mijn beleving volstrekt belachelijk was. Helaas blijkt het in Jakarta zo te werken. Elke arts en elk ziekenhuis heeft zijn eigen prijskaartje. De reputatie van de arts is bepalend voor de prijs die hij kan rekenen.

Nadat er uiteindelijk een akkoord over de prijs van de behandeling tot stand was gekomen, bleek op de avond voorafgaand aan de behandeling opeens dat de feitelijke ingreep niet door de betreffende behandelend arts zou worden verricht, maar door een voor ons totaal onbekende arts. Voor mijn vrouw was dat voldoende reden om de ingreep per direct af te zeggen. Een dag later lag ik in een ander ziekenhuis, het R.S. Medistra. Een eerste klas ziekenhuis in Jakarta, met een cardioloog die volgens de statistieken tot de top behoorde. Dr. Dasaat, een Indonesiër van Chinese afkomst, blijkt een heel amicale veertiger met een groot gevoel voor humor te zijn. Ik ontmoet hem voor het eerst op de ICCU (Intensive Cardiac Care Unit) van het Medistra ziekenhuis.

Mijn ‘buurman’ op die afdeling blijkt een Hollander te zijn. Hij wil graag weten hoe de ‘ballon’ die ook bij hem ingebracht gaat worden, eruit ziet. De arts zegt hem toe dat hij hem dat, ter geruststelling, zal laten zien. Vijf minuten later komt hij terug met een verjaardagsballon van dertig centimeter doorsnee. Terwijl ik zowat in mijn broek lig te piesen van het lachen, blijkt mijn buurman het niet echt te kunnen waarderen. Typisch nuchter Hollands binnensmonds grommen maakte duidelijk dat hij zich allesbehalve serieus genomen voelde. Tot dusver had ik me nog niet aan hem voorgesteld en wist hij dus ook niet dat ik ‘zijn taal’ sprak. Net op het moment dat ik hem aan wilde spreken, vertelde Dr. Dasaat hem dat zijn buurman – ik dus – ook een ‘orang Belanda’ was en op de een of andere manier maakte dat zijn stemming opeens een stuk milder. Zijn woordkeuze en intonatie werden plots veel vriendelijker. Grappig genoeg waren we tot dusver door een gordijn gescheiden geweest en hadden we elkaar nog niet gezien. Toen Dr. Dasaat het gordijn opende, kon ik in de ogen van mijn buurman de verbazing lezen toen hij in mijn Indische gezicht keek. Na de mededeling van Dr. Dasaat dat zijn buurman ook een Nederlander was, had hij stellig gerekend op een ‘echte’ Hollander. Zo eentje met blond haar en blauwe ogen. Hij kwam bedrogen uit. Na een korte, formele kennismaking veranderde hij al snel weer in zijn gebruikelijke narrige zelf en besloot ik verder maar geen aandacht aan hem te schenken. Per slot van rekening lag ik hier niet om gezellig te socialiseren met een knorrige landgenoot.

Nadat mijn zorgverzekering een betalingsgarantie had afgegeven, kon uiteindelijk mijn eerste dotterbehandeling plaatsvinden. Een paar uur voordat de ingreep zou beginnen, kwam een hoogbejaarde man in een doktersjas bij me langs om nog een extra onderzoekje te doen. Ik had geen idee wie het was, maar ik liet me het onderzoekje welgevallen. Eenmaal in de operatiekamer bleek dezelfde bejaarde man ook aanwezig en toen de procedure begon, nam hij gezellig plaats naast Dr. Dasaat. Ik was te druk met mezelf bezig om er verder aandacht aan te besteden. Ik was me er maar al te goed van bewust dat ik hier opeens in Indonesia onder het mes ging en maar af moest wachten wat het resultaat zou zijn.

Een dotterbehandeling beleef je volledig mee, want je krijgt slechts een lokale verdoving. Daarom was ik er getuige van dat Dr. Dasaat problemen had met het inbrengen van de geleidedraad. Daar was ik niet echt blij mee en toen ik vervolgens constateerde dat de bejaarde man de behandeling overnam, wist ik niet goed wat ik daarmee moest. Maar ja, je ligt daar nu eenmaal, wijdbeens en met je hele Indische handeltje ontbloot, op de operatietafel in het gezelschap van drie moslim operatiezusters, dus je kunt voor je goede fatsoen moeilijk beginnen te mekkeren. Gelukkig bleek achteraf dat de bejaarde man professor cardiologie was en bovendien de mentor van Dr. Dasaat. Hij wist dus precies wat hij aan het doen was. Nadat de prof de geleidedraad had ingebracht nam Dr. Dasaat de behandeling weer over. Het gevolg van het aanvankelijke gewroet van Dr. Dasaat gaf achteraf wel de complicatie van een enorme bloeduitstorting van circa veertig centimeter doorsnee, in en rond mijn rechterlies.

(wordt vervolgd)
Glenn Abels

orang Belanda = een Hollander