31. Familie-weekend

Di sini Jakarta (31)

31-1

De “Ngumar Said Family Gathering”, zoals met sierlijke letters op onze shirts is geborduurd – inclusief ‘arisan’ – staat voor dit weekend (12/13 februari 2011) op de agenda. Deze jaarlijkse bijeenkomst van alle leden van Uti’s familie van moederszijde vindt, zoals gebruikelijk, plaats in en rond Hotel Mercure in recreatiegebied Ancol (aan zee) in noord Jakarta. Naast het samen plezier maken, is het specifieke doel van deze samenkomsten: het behouden en versterken van familiebanden. De tweede, derde en vierde generatie van ‘stamouder’ Ngumar Said komt dan op uitnodiging van ‘sponsor’ tante Yanti bijeen. Zij neemt persoonlijk alle kosten van het weekend voor haar rekening, en dat is niet echt een koopje. Het gezelschap bestaat uit circa 60 personen, waarvan er een aantal moet worden ingevlogen vanuit Surabaya, die allemaal gratis van hotelkamers, twee lunches, een diner en diverse tussendoortjes worden voorzien.

Familiebanden
In Indonesia zijn ze nog sterk. Ik durf te stellen dat ze hier veel sterker zijn dan de gemiddelde familieband in Nederland. Zelfs binnen de Indische gemeenschap in Nederland ligt het accent tegenwoordig toch voornamelijk op de gezinsband en niet langer op de familieband. Het is geen verwijt, het is slechts een constatering. Neven en nichten, neefjes en nichtjes, ze zien elkaar in Holland voornamelijk nog op een verjaardagsfeestje, een bruiloft, of – helaas steeds vaker – tijdens een begrafenis. Onbewust verwateren de onderlinge contacten en verliezen, met name de jongste generaties, het overzicht op de onderlinge familieverbanden. Ooh, is oom Johnny een neef van mijn vader… dat wist ik helemaal niet! Dat soort dingen. Tante Yanti heeft het – net zoals vele andere tante Yanti’s binnen andere families – op zich genomen om zo’n ontwikkeling binnen haar familie te voorkomen, vandaar.

Na zorgvuldige voorbereidingen is er een afwisselend programma voor het weekend tot stand gekomen. Op zaterdag vermaakt de jeugd zich overdag prima in het pretpark, kletsen de ouderen er – tussen de diverse versnaperingen door – lustig op los, en houden de overigen, waaronder mijn persoontje, zich bezig met ‘serieuze’ discussies en lossen we, tussen neus en lippen door, alle grote wereldproblemen op. Kortom, iedereen vermaakt zich kostelijk.

Na het vallen van de duisternis trekt men zich even terug op zijn kamer, om zich op te frissen ter voorbereiding op het diner. Rond een uur of zeven verzamelen we ons in de lobby van het hotel en laten we ons door hotelbusjes vervoeren naar een 800 meter verderop gelegen, karakteristiek Indonesisch filiaal van … hahaha ….de Pizza Hut. Ik weet het, 800 meter… met een hotelbusje, is dat niet een beetje overdreven? Het lijkt er wel op, maar toch zijn er twee legitieme redenen om af te zien van een voetreis:

De eerste reden is dat een deel van ons gezelschap bestaat uit de leeftijdscategorie 70+; hun willen we het niet aandoen die afstand te voet af te leggen. De tweede reden heeft te maken met de combinatie van duisternis en het – voor vele lezers bekende – ontbreken van zoiets als behoorlijke straatverlichting, of zelfs maar een trottoir of voetpad in dit land. Om blessures als gevolg van struikelpartijen, of het vallen in een waterput – waarvan het putdeksel is ‘verdwenen’ vanwege de oud ijzerwaarde – te voorkomen, kiezen we veiligheidshalve dus toch maar voor het busje.

In de Pizza Hut beschikken we over een eigen zaaltje en hebben mijn zwagers Buyung en Agung reeds voorbereidingen getroffen om tijdens het lopend buffet, dat de rest van de avond ‘door’ zal blijken te lopen, op ludieke wijze invulling te geven aan het doel van het weekend, namelijk het aanhalen van de familiebanden. Terwijl de serveersters af en aan lopen om de buffettafel te voorzien van pizza’s, gebakken kip, stokbroodjes met verse garnalen en diverse andere specialiteiten van het huis, begint mijn schoonzusje Ina met een serie prijsvragen voor de jongste generatie (4 tot 16 jaar). “Wie van jullie kan mij vertellen wie van de aanwezigen hier, oom Nonot is?” Een oorverdovend gekrijs stijgt op en het neefje of nichtje dat als eerste reageerde, mag de zaal in gaan om aan te wijzen wie oom Nonot is. Een goed antwoord is goed voor een ‘stimulans’-premie van 3000 rupiah. Zegge en schrijve: 24 eurocenten, maar het werkt! Alle kinderen staan op scherp.

Na het rondje persoonsherkenning volgt een rondje familieverbanden. “Wie van jullie kan mij de moeder van tante Devi aanwijzen, en mij vertellen wat haar naam is?” Telkens weer volgt er een oorverdovend gekrijs, want de minimale geldelijke beloning doet wonderen. Tijdens het volgende rondje wordt gebruik gemaakt van een laptop plus ‘beamer’, om heel oude familiefoto’s op een scherm te tonen. “Wie van jullie kan mij vertellen welke hier aanwezige familieleden er op de foto staan?” Het gaat soms om twintig of dertig jaar oude foto’s, maar tot mijn verbazing blijven er goede antwoorden komen. In het volgende rondje wordt het de kinderen nog moeilijker gemaakt. Nu krijgen ze nog slechts een klein stukje van een oude foto te zien, en de vraag wie het is. Zelfs hier blijken de meeste kinderen in te slagen.

Ter afsluiting maakt mijn zwager Buyung het ze op een prachtige manier nog moeilijker. Hij neemt de microfoon ter hand en geeft de kinderen een ‘persoonsbeschrijving’: “Hij is al met pensioen, maar was een respectabele, onverschrokken en heldhaftige admiraal van de Indonesische marine en zijn naam begint met een N … “, om vervolgens een foto te tonen van oom Nonot (admiraal b.d.) die in zijn ondergoed, languit liggend en half slapend, op de bank zijn kleindochter op een aandoenlijke manier de fles geeft. Hilariteit alom, en er komt maar geen eind aan. Bijna elk lid van de familie wordt vervolgens op dezelfde lachwekkende wijze voor het voetlicht gebracht. Ik kan ervan vinden wat ik wil, maar ik moet erkennen dat de familiebanden op deze manier wel spelenderwijs in stand worden gehouden.

Zondagochtend is het tijd voor gezamenlijke sportieve activiteiten. Veel te kort na het ontbijt laat ik me verleiden om samen met o.a. mijn zwager Agung en mijn oom Nonot, deel te nemen aan een waterpolowedstrijd tussen de ‘jeugd’ en de ‘oudjes’. Wij ‘oudjes’ zijn getalsmatig zwaar in de minderheid en onze lieve, maar superfanatieke kleine neefjes en nichtjes blijken in het water geen enkel respect meer voor grijze haren te hebben….. Agung en ik hebben regelmatig de grootste moeite om ‘letterlijk’ het hoofd boven water te houden, want onze lieve neefjes en nichtjes hebben er geen enkel probleem mee. alles in het werk te stellen om ons het spelen onmogelijk te maken. Neef Prilly (notabene een zoon van onze teamgenoot oom Nonot) is scheidsrechter, maar wekt er alle schijn van dat hij zich door de kinderen heeft laten inpakken, want zelfs als ik overduidelijk door drie neefjes en twee nichtjes tegelijk, allesbehalve subtiel onder water wordt ‘geholpen’, is er in zijn ogen absoluut geen reden om zijn scheidsrechtersfluitje te hanteren …. Maar, wat hebben we gelachen, en daar ging het om.

Voor de afsluitende lunch vertrekken we met het hele gezelschap naar “Bandar Jakarta”, een uitstekend en gezellig ‘seafood’ restaurant in Ancol. Hier genieten we gezamenlijk van een heerlijk warm buffet, bestaande uit o.a. krab, garnalen, diverse vissoorten en heerlijke schelpdieren. Tijdens de lunch wordt er tevens een ‘arisan’ gehouden. Voor degenen die het begrip ‘arisan’ niet kennen, is een korte uitleg wellicht op zijn plaats.

Een ‘arisan’ is een samenkomst. De deelnemers kunnen familieleden van elkaar zijn, maar het kunnen ook buren of leden van een vrienden- of kennissenkring zijn. Waar het op neerkomt is, dat elke deelnemer aan de ‘arisan’, per bijeenkomst, een vooraf overeengekomen geldelijk bedrag inlegt. Het totaal van de inleg wordt vervolgens onder de aanwezigen verloot, met dien verstande dat een deelnemer slechts eenmaal kan winnen. Na te hebben gewonnen, wordt zijn naam geschrapt van het lijstje toekomstige winnaars. Met andere woorden, elke deelnemer heeft vooraf de garantie dat hij op enig moment zijn totale inleg weer terugkrijgt. In feite is het dus niet anders dan een ouderwetse spaarregeling. Vandaag de dag zou het economisch gezien, verstandiger zijn om het geld op een rentedragende bankrekening te zetten. De traditie van de ‘arisan’ stamt echter nog uit de tijd dat zoiets alledaags als een bank nog niet bestond. Tegenwoordig is het ook niet meer het spaar-element dat van belang is. Vandaag de dag gaat het er alleen nog maar om, dat het op structurele basis (elke 4 tot 6 weken) samenkomen, leidt tot het in stand houden van onderlinge banden.

Glenn Abels