26. Familiebezoek

Di sini Jakarta (26)

In Holland is de zomervakantie van 2010 inmiddels begonnen en worden er nu en dan zelfs tropische temperaturen gemeten. Niettemin vertrekken veel vakantiegangers richting andere, soms vergelegen zonnige oorden. De één vertrekt om niet afhankelijk te zijn van de grillen van de gemiddelde Hollandse zomer, de ander vanwege de behoefte om nieuwe reiservaringen op te doen in een liefst exotisch land, ergens aan de andere kant van deze aardbol.

Mijn neef Roy valt in de laatste categorie, zij het dat in zijn geval het opzoeken van zijn ‘roots’ een grote rol speelt. Hij is, net als ik, in 1955 in het St. Carolus ziekenhuis aan de Jalan Salemba Raya in Jakarta geboren. Voor hem is het de eerste keer dat hij – na bijna 55 jaar – weer voet zet op zijn geboortegrond. Zijn gezin en zijn ‘Indische’ ouders reizen met hem mee.

Op zondag 25 juli, wachten Uti, onze zoon Wibi en ik, hen rond 12.00 uur op bij de uitgang van de internationale aankomst terminal van de luchthaven van Jakarta. Al snel weet ik Didi, de gids die ze tijdens hun trip van Jakarta naar Yogyakarta zal begeleiden, te vinden en spreek met hem af, dat hij bij de linker- en wij bij de rechteruitgang zullen wachten. Al vrij snel komt het uit acht personen bestaande gezelschap ons tegemoet, en ontfermen hun chauffeurs Ungul en Halim zich over hun bagage. Zelfs Roy, die beroepshalve de afgelopen jaren in Madrid heeft doorgebracht en dus wel wat warmte gewend is, komt al snel tot de conclusie dat echte tropische hitte toch iets anders is.

We rijden samen naar hotel Kartika Chandra aan de Jalan Gatot Subroto in Jakarta, en laten het inchecken over aan gids Didi. Zelf houden wij ons bezig met het installeren en activeren van Indonesische SIM kaarten en beltegoeden voor de zeven mobieltjes die mee op reis gaan. Aanvankelijk kost dit de nodige moeite, omdat het tegenwoordig nodig is om bij het gebruik van ‘prepaid’ kaarten, uitgebreide persoonlijke informatie te verschaffen ter registratie van de gebruiker.

Zonder mobieltje hoor je er hier in het hedendaagse Indonesia trouwens echt niet meer bij. Wat dat betreft verbaas ik me elke dag opnieuw over de GSM-verslaving, waar het grootste deel van de bevolking aan lijdt. Van jong tot oud, van arm tot rijk, loopt hier van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat, met de modernste en duurste mobieltjes te flaneren. Het is me vaak een raadsel hoe zelfs de allerarmsten het voor elkaar krijgen ruimte in hun karige budget te vinden om aan deze ‘gekte’ mee te doen. Ik betrap zelfs de tukang sampah (vuilnisman), die het toch echt met een inkomen van minder dan 2 euro per dag moet doen, op het bezit van zo’n spreekdoosje.

Nadat het gezelschap zich even heeft kunnen opfrissen, brengen we een bezoekje aan een ATM (geldautomaat) en kan iedereen zich voorzien van de nodige rupiah’s. Daarna is het tijd voor een dutje en we spreken af dat wij rond 19.00 uur weer naar het hotel komen om samen ergens een hapje te gaan eten. Dit doen we in Plaza Senayan, waar we gebruik maken van de ‘food court’. Dit grote terras met zijn enorme verscheidenheid aan eettentjes, biedt de mogelijkheid een vrije keuze te maken en is bovendien een leuke oefening om zelf een bestelling te plaatsen en deze in rupiah’s af te rekenen. Op deze manier is de overgang van de Europese naar de Indonesische eetcultuur ook wat minder groot. Aansluitend maken we nog een rondje door het winkelcentrum en eindigen, hoe kan het ook anders in Jakarta, in de Starbucks voor een dorstlessende versnapering.

26-1

Tijdens het rondje winkelcentrum komen we meerdere in burka gestoken Arabische dames tegen, en het gesprek gaat al gauw over de ‘allochtonen’-situatie in Holland. Ik blijf het lastig vinden om uit te leggen dat, hoewel Indonesia voor negentig procent uit moslims bestaat, hier over het algemeen een heel ontspannen sfeer heerst ten aanzien van religie. De Islam is niet de vijand, maar een enkele moslim laat zich – vaak als gevolg van armoedige leefomstandigheden – helaas leiden door ‘foute’ conservatieve imams, die ze voorspoed en heldendom in het vooruitzicht stellen. Daar zit de kern van het probleem.
De volgende morgen vertrekken we naar St. Carolus, krijgen daar alle gelegenheid om foto’s te maken van de geboorteadministratie van mijn neef, en brengen onder begeleiding een bezoekje aan de kraamkamer. Vervolgens bezichtigen we de indrukwekkend grote, en heerlijk koele Al-Istiqlal moskee en maken we foto’s van de ertegenover staande R.K. kathedraal, waar Roy en ik beiden gedoopt zijn. Ook brengen we een kort fotobezoekje aan Monas, het nationaal monument.

26-4

26-2

26-3

 

De ouders van Roy willen ook nog even een kijkje nemen bij hun ‘oude’ woning aan Pasar Baru Timur. Helaas blijkt hun woning op nummer 12a (eigenlijk nummer 13, maar dat ongeluksgetal werd vermeden), te zijn verworden tot een verzameling puin en verwilderde plantengroei. De voorkant van het perceel bestaat nu uit een schutting van roestende golfplaten. Deze deceptie wordt gelukkig goedgemaakt door een onverwachte ontmoeting met hun oude buurman Untung van nummer 14.

Inmiddels is het de hoogste tijd om de inwendige mens te verzorgen en vertrekken we naar Ancol, waar we in seafood resto Bandar Jakarta van een maaltje vruchten van de zee genieten. Ook een paar liter koel bier gaat er nu wel in bij ons gezelschap.

Na deze late lunch vertrekken we naar mijn woning in Jalan Kebalen, maar komen al snel vast te staan in de helaas gebruikelijke avondspits. Uiteindelijk arriveren we rond 19.00 uur en kletsen onder het genot van wat jajanan (hapjes) en – opnieuw – een koel biertje, samen heel wat af. Vandaag heeft iedereen in ieder geval de gelegenheid gehad kennis te maken met diverse positieve en negatieve eigenschappen van deze stad.

De volgende morgen hebben ze nog een kort programma in Jakarta en gaan dan rechtstreeks door naar hun volgende bestemming: Bogor.

Glenn Abels