25. Mama

Di sini Jakarta (25)

Het is bijna middernacht en ik zit in een druk en vooral rokerig cafeetje op de internationale luchthaven van Jakarta. In mijn hoofd schieten gedachten alle kanten op. In afwachting van het moment dat ik aan boord kan gaan van het Emirates toestel dat me via Dubai naar Amsterdam zal brengen, drink ik gelaten een biertje. Het is vrijdag 4 juni 2010 en deze vlucht naar Holland stond niet in mijn agenda. Ik was er immers zes maanden geleden nog geweest, om de kerstdagen en nieuwjaar samen met mijn ouders en familie door te brengen.

Precies een week geleden werd mijn vrouw Uti ‘s morgens hevig huilend wakker. Ze had gedroomd dat haar moeder was overleden en was compleet overstuur. Ze vertelde me ook direct dat er iets in die droom niet klopte. In haar droom werd het lichaam van haar moeder namelijk gecremeerd, en dat is nu eenmaal ondenkbaar voor een moslim. Vandaag kwam Uti rond een uur of drie ’s middags onverwacht thuis. Op werkdagen komt ze nooit voor zessen thuis, en haar gezichtsuitdrukking baarde me zorgen. Ze vroeg me om te gaan zitten en vertelde me vervolgens zonder omwegen dat mijn moeder was overleden. Ik snapte er helemaal niets van. Het drong niet tot me door. Twee uur geleden nog had ik via mijn vader een e-mail ontvangen van haar hand, en bovendien was het mijn – van een zware operatie herstellende – 84-jarige vader, waar ik me zorgen over maakte. Dat mijn ogenschijnlijk gezonde en tien jaar jongere moeder plotseling was overleden, kwam me dan ook volstrekt onwerkelijk voor. De betekenis van Uti’s droom krijgt voor mij opeens een heel andere dimensie: het was niet haar, maar mijn moeder over wie ze had gedroomd.

Na van de eerste schrik te zijn bekomen, bel ik mijn zusje om te vragen wat er is gebeurd. Ze laat me weten dat ‘ons Mam’ vanochtend een fataal hart- of herseninfarct heeft gehad. Ik vertel haar dat ik zo snel mogelijk naar Holland vertrek om haar, mijn broer en uiteraard mijn vader, bij te staan. Via een goede vriendin weet ik nog dezelfde nacht een vlucht naar Amsterdam te regelen. Het valt me niet mee om, op stel en sprong, mijn gezin voor onbepaalde tijd te verlaten, maar mijn eerste prioriteit is nu om, samen met mijn broer en zus, de laatste eer aan mijn moeder te bewijzen.

Mijn moeder, die mij hier 54 jaar geleden in het St. Carolus ziekenhuis in Jakarta Pusat, het leven had geschonken. Mijn moeder, die mij tot twee uur geleden nog, op liefdevolle wijze, met raad en daad terzijde had gestaan. Mijn moeder…. was er opeens niet meer.

Als ik op zaterdagmiddag op Schiphol arriveer, staat mijn broer me op te wachten om me rechtstreeks door te brengen naar Weesp, waar mijn moeder ligt opgebaard. Ze ligt er mooi en vredig bij, maar het kan mijn verdriet niet verzachten.

De eerste dagen hebben we helaas onze handen vol aan onvoorziene beslommeringen met de uitvaartorganisatie en komen daardoor nog niet toe aan ons rouwproces. Gelukkig verloopt haar uitvaart op de waardige en respectvolle manier die ze zo ontzettend verdiende.

Terug in Jakarta dringt het definitieve van het afscheid eigenlijk pas echt tot me door.

Mama Tersayang, Mama Selalu di Dalam Hati Kita Selamanya …..
‘voor altijd in ons hart gesloten’

In liefdevolle herinnering aan mijn moeder,
Maria Louise Abels-Bronkhorst
* 4 Augustus 1935 | 4 Juni 2010

Glenn Abels