23. De islam en de vrouw in Indonesië

Di sini Jakarta (23)

De afgelopen maanden hebben verschillende Indonesische islamitische organisaties en bepaalde leden van religieuze politieke partijen zich publiekelijk uitgelaten over de moraliteit, het uiterlijk voorkomen en het gedrag van de huidige moslim vrouwen. Zonder uitzondering ging het om, in mijn ogen, vrouw-onvriendelijke uitspraken. Het merendeel van deze organisaties bestaat uit een verzameling van senie.. oude mannen…

Nee, laat ik het anders verwoorden. De inmiddels al aardig op leeftijd geraakte leiders van deze organisaties beschikken over een enorme kennis en ervaring op het gebied van de Koran en de richtlijnen, zoals ooit door de profeet Mohammed verkondigd. Daar geldt alleen maar respect voor. Jammer genoeg blijken ze niet in staat om in te zien, dat al deze religieuze regelgeving, ten tijde van de uitvaardiging, een op dat moment in de tijd begrijpelijke en verdedigbare functie had, maar dat vandaag de dag het nut en de waarde ervan, zacht gezegd, dubieus is. Ik laat het, op basis van een aantal voorbeelden, graag aan u over om zelf te oordelen.

* Indonesische moslima zouden af moeten zien van het sluiken en kleuren van hoofdhaar. Dit zou mannen alleen maar op onzedige gedachten brengen en eventueel zelfs tot onzedelijk gedrag aanzetten.
* Indonesische moslima zouden af moeten zien van het beoefenen van aerobics en yoga, aangezien de hierbij gebruikelijke strakke kleding en de sensuele bewegingen, ongepast en aanstootgevend zijn.

De sinds enige tijd grotendeels autonome provincie Aceh (inderdaad, die van de tsunami) in het uiterste noordwesten van Sumatra, heeft het volgende bedacht:

* Op grond van islamitische Sharia wetgeving heeft de in het leven geroepen zedenpolitie het recht om toezicht te houden op naleving van regionale wetgeving ten aanzien van uiterlijk en moreel gedrag van moslim vrouwen. In de praktijk houdt dit in dat vrouwen die geen jilbab (hoofddoek) dragen, de kans lopen dat er naar hun religie wordt gevraagd. Die moeten ze aantonen door middel van hun identiteitskaart. Blijken ze moslim te zijn, dan worden ze voor een ‘bijscholingscursus’ meegenomen naar het hoofdkwartier van deze dienst.
* Moslima die strakke (en dus aanstootgevende) broeken dragen, krijgen ter plekke een door de zedenpolitie verstrekte jurk aangemeten.
* Lichamelijk contact, in welke vorm dan ook, tussen niet gehuwde personen van verschillende sekse is verboden. Hand in hand over het strand lopen is er dus niet bij en levert ook hier een tijdelijk verblijf bij de zedenpolitie op.
* ‘Overspel’ is absoluut uit den boze en vrouwen die zich hieraan schuldig maken, lopen het risico door middel van publiekelijke steniging om het leven te komen.

Een aantal mannelijke moraalridders van deze islamitische zedendienst bleek kortgeleden ook slechts van vlees en bloed te zijn. Ze vergrepen zich seksueel aan een zich in hun detentie bevindende jonge moslim studente. Sinds hun veroordeling heeft de zedenpolitie besloten de publieke activiteiten op een lager pitje te zetten uit angst voor vergelding door de bevolking….

Uiteraard verzetten diverse mensenrechtenorganisaties zich tegen de huidige ontwikkelingen in Aceh, maar op basis van hun gedeeltelijke autonomie is het nog niet mogelijk gebleken deze Sharia regelgeving terug te draaien. Het is nu aan de centrale regering in Jakarta om aan te tonen dat Aceh een overtreding begaat ten aanzien van de nationale wetgeving.

Als ik mijn moslim vrouw en schoonfamilie vraag naar hun mening over de uitlatingen van deze organisaties en de ontwikkelingen in Aceh, krijg ik een duidelijk en eensluidend antwoord: “gewoon negeren” en “volslagen belachelijk”.

Op dit moment is er in het Indonesische parlement een wetsvoorstel in behandeling, dat erin voorziet dat buitenlandse mannen die een Indonesische vrouw willen trouwen, een deposito van US$ 50.000,- moeten storten. Dit ter ‘bescherming’ van de Indonesische vrouw. In de media heeft de Indonesische vrouw inmiddels duidelijk te kennen gegeven het volstrekt oneens te zijn met dit wetsvoorstel. Om te beginnen voelen ze zich hierdoor als vrouw tot ‘koopwaar’ gedegradeerd. Daarnaast beschouwen ze het als een onnodige extra drempel voor een door henzelf gewenst huwelijk. Het is maar de vraag of hun beoogde huwelijkspartner over dat bedrag beschikt en zo ja, of hij bereid is een dergelijk bedrag vrijelijk ter beschikking te stellen van de Indonesische regering.

Wat dat betreft ontgaat het de gemiddelde Indonesische politicus kennelijk, dat dit soort buitenlander-onvriendelijke maatregelen alleen maar ten koste gaan van het landsbelang.

Glenn Abels