19. Over tot de orde van de dag

Di sini Jakarta (19)

De presidentsverkiezingen zijn achter de rug en het nieuwe schooljaar is weer begonnen. SBY heeft met een ruime 60 procent al in de eerste ronde van de verkiezingen een absoluut verdiend mandaat gekregen van de bevolking om aan een tweede termijn te beginnen. Persoonlijk kan ik me daar heel goed in vinden. Het is gewoon de meest geloofwaardige kandidaat om dit land naar een volgende fase van democratie te brengen. Niet omdat SBY zo’n briljant persoon is, maar wel omdat hij een nuchtere kijk heeft op de economische realiteit en zich weet te omringen met mensen die, ieder op hun eigen vakgebied, op een professionele manier naar de toekomst kijken. Ik moet bekennen dat het voor mij een opluchting was om tot de ontdekking te komen dat de gemiddelde Indonesiër zich niet langer in de luren laat leggen door de vele onzinnige beloftes van zijn politieke tegenstanders.

De politieke toekomst van zowel Megawati als Kalla hangt nu aan een zijden draadje. Binnen Golkar, de partij van Kalla (en de basis van het Suharto regime), is men behoorlijk verdeeld over de toekomst van de partij. Op dit moment is er zelfs sprake van dat de ‘Cendanas’, de nazaten van ex-president Soeharto, overwegen om zich opnieuw actief met de politiek te gaan bemoeien. Hun beweegreden bestaat voornamelijk uit eigenbelang. Tot dusver was Golkar, deel uitmakend van de regering, in staat om de familie Soeharto te ‘beschermen’ tegen verdere beschuldigingen van misbruik van staatsgelden. Zodra Golkar die politieke invloed kwijtraakt, is het ook gedaan met de ‘bescherming’ van de hele Soeharto-clan. Wat Megawati betreft, ze is intussen al haar geloofwaardigheid kwijt. De meeste kiesgerechtigden hebben inmiddels begrepen dat ze simpelweg niet beschikt over voldoende kennis van zaken. Haar bekende achternaam is eigenlijk de enige ‘kwaliteit’ waar ze over beschikt.

Op dit moment zijn er nog wat schermutselingen aan de gang over de correcte gang van zaken tijdens de verkiezingen, maar de verwachting is dat het uiteindelijk geen invloed zal hebben op de verkiezingsuitslag. Niet onbelangrijk is ook het feit dat deze verkiezingen vreedzaam zijn verlopen. Geen gewelddadigheden, geen onrust.

Het nieuwe schooljaar is inmiddels ook weer begonnen. In tegenstelling tot voorgaande jaren, hebben de onderwijzers weer het toezicht op de inauguratie van de nieuwe studenten. Afgelopen jaar, toen de ‘senior’ studenten daarvoor verantwoordelijk waren, bleken er nogal wat slachtoffers te vallen, als gevolg van al te rigoureuze inwijdingsrituelen. Het ‘gratis’ onderwijs roept nog steeds veel vraagtekens op. In de praktijk zien veel ouders zich nog steeds gedwongen allerlei financiële bijdragen te leveren, opdat hun kind tot de school wordt toegelaten. Om daaraan te kunnen voldoen moeten ze een bezoek brengen aan een pandjesbaas. Daar ontdoen ze zich van gouden sieraden en andere bezittingen, uitsluitend om hun kinderen de mogelijkheid te bieden een behoorlijke opleiding te genieten. Wat dat betreft is het streven van de regering om alle kinderen van een goede en ‘gratis’ scholing te voorzien, nog steeds een dilemma.

De afgelopen dagen zijn we met de kinderen op pad geweest om de spullen aan te schaffen die ze komend schooljaar nodig hebben. Uniformen, boeken, schriften, schrijfmateriaal etc. Voor de gemiddelde Indonesiër is dat een investering van bijna twee maandsalarissen. Zo ze het er al voor over hebben om hun kinderen de schoolopleiding te gunnen, is de consequentie wel dat ze enorm moeten inleveren in hun dagelijks bestaan. Veel meer dan rijst met gedroogde zoute vis zal er voorlopig niet op het menu staan. Het is helaas voor dit moment de prijs die de samenleving moet betalen om stap voor stap vooruit te komen in een democratie in ontwikkeling. Gelukkig zien steeds meer ouders in dat hun kinderen zonder een behoorlijke opleiding geen toekomstperspectief hebben. Het is maar goed dat er ook steeds meer NGO’s (niet-overheidsinstanties) zich het lot van de onderlaag van deze samenleving aantrekken en door middel van financiële ondersteuning hulp bieden aan getalenteerde studenten van “arme” ouders. Ik moet zeggen dat ik steeds meer respect krijg voor de inventiviteit en het enorme doorzettingsvermogen van deze “kansarme” groep mensen. Zij zien kans om hun studie te combineren met werkzaamheden zoals het verkopen van kranten en/of etenswaar, om inkomsten te vergaren waarmee ze hun studie kunnen helpen bekostigen. Regelmatig vraag ik me af, of onze eigen kinderen zich ervan bewust zijn in wat voor een bevoorrechte positie ze eigenlijk verkeren. Zij hoeven zich alleen maar bezig te houden met hun schoolactiviteiten en kunnen zich verder vermaken met het spelen op de computer ….

Maar ja, zij zijn daar nu eenmaal mee opgegroeid en weten niet beter.

Glenn Abels