18. Trip naar Bali

Di sini Jakarta (18)

18-1

Vorige week donderdag liet mijn vrouw me weten dat ze, onverwacht, een paar dagen vrij van haar werk kon krijgen. Dat gaf ons opeens de mogelijkheid om er een paar dagen op uit te trekken. Op vrijdag heb ik vervolgens contact opgenomen met een goede kennis op Bali die in de reiswereld zit. Hij wist binnen de kortste keren vluchten en accommodatie voor ons te regelen. Zaterdagmiddag zetten we dus met ons vieren voet op Balinese bodem. Op zich al een huzarenstukje, want het was hoogseizoen en nog steeds schoolvakantie in Indonesië: 95 procent van de hotels op Bali was reeds volgeboekt en de meeste vluchten naar Bali zaten vol.

Toen ik familieleden van Uti op vrijdag vertelde dat ik de volgende dag naar Bali wilde gaan, werd ik uitgelachen. Dat gaat op zo’n korte termijn nooit lukken, kreeg ik te

horen. Gelukkig kon ik van mijn connecties op Bali aan en heeft de familie van mijn vrouw nu beslist geen reden meer om me uit te lachen. Batavia Air had nog een paar plaatsen beschikbaar en Grand Sinar Indah Hotel in Legian had nog twee luxe kamers ter beschikking. Helemaal geweldig.

18-2

In principe was het de bedoeling om tijdens onze 5-daagse trip naar Nusa Dua te gaan. Daar zouden we ons aan het strand kunnen bezighouden met waterscooters en para-sailing. Toen we aan de kinderen vroegen wat ze wilden doen, kozen ze echter voor een bezoek aan het vogelpark, de Bali safari en het zwemparadijs de “Waterbom”.
Dat hebben we uiteindelijk dan ook allemaal gedaan. Tenslotte heb je zelf ook een perfecte vakantie als je kinderen het naar hun zin hebben. Voor zover ik kan oordelen hebben Wibi en Dhana het prima naar hun zin gehad. Tijdens deze trip hadden ze geen trek in Indonesisch eten en hebben we genoten van Mexicaans, Italiaans, Japans en Frans eten. Gewoon even heel iets anders dan de dagelijkse kost.

Vreemd genoeg bleek dat de meeste horeca gelegenheden tamelijk weinig publiek trokken, ondanks de hoge bezettingsgraad van de hotels. Veel toeristen bespaarden kennelijk hun uitgaven op dat gebied. Opmerkelijk was ook het grote aantal Russische toeristen, iets wat ik tijdens de afgelopen jaren nog niet was tegen gekomen. Niet iets om blij mee te zijn trouwens, want over het algemeen zijn ze luidruchtig, vaak dronken en veeleisend.

Het was wel grappig om te ervaren dat ik, na een vijftal bezoeken aan Bali, nu als gids kon fungeren voor mijn eigen Indonesische familie. Inmiddels ken ik overal wel een beetje de weg.

De kosten voor het bezoek aan een attractie zijn in Indonesië afhankelijk van je nationaliteit. Buitenlanders betalen in principe het tienvoudige van het bedrag dat Indonesiërs ervoor betalen. Volstrekt belachelijk, maar waar. Aangezien ik hier in negen van de tien gevallen voor Japanner wordt aangezien – vraag me niet waarom – hou ik me bij de aanschaf van tickets altijd op de achtergrond. Dat biedt mijn vrouw de gelegenheid om de tickets voor de goedkope lokale prijs aan te schaffen.

Bali was een heerlijke afwisseling in vergelijking met de gekte in Jakarta. Heerlijk rustig, geen files…. En geen stress. Voor de kinderen was het een ideale gelegenheid om de stranden van Legian en Kuta onveilig te maken. Elke ochtend vertrokken Uti en de kinderen rond een uur of zeven richting het strand om er zandkastelen te bouwen. Zelf lag ik dan nog heerlijk te knorren in mijn luxe hotelbedje. Op een dergelijk tijdstip waag ik me echt nog niet aan dat soort avonturen. Toen we een bezoek brachten aan het monument voor de slachtoffers van de bomaanslag in Kuta, bleek ik de kinderen uit te moeten leggen waarom dat monument er stond. Ze hadden werkelijk geen idee. Merkwaardig toch dat dit soort dieptepunten uit hun recente vaderlandse geschiedenis, op school kennelijk niet aan de orde wordt gebracht.

18-4

Voor de overgrote meerderheid van de Indonesische bevolking geldt hier nog steeds het motto: horen, zien en zwijgen…. Ik moet mezelf er dan ook regelmatig van weerhouden om een al te directe discussie over dergelijke zaken aan te gaan met familie en vrienden. Hoewel ze best inzien dat sommige dingen eigenlijk niet door de beugel kunnen, zullen ze zich er niet snel over uitspreken. Zo ze er al een mening over geven, dan is dat vaak een humorvolle acceptatie van het feit dat de dingen nu eenmaal zijn zoals ze zijn.

Kort geleden is de langste brug van Indonesia opengesteld: de Suramadu-brug tussen Surabaya en Madura. Binnen een week waren er 84 grote ijzeren bouten, die onderdeel waren van de draagconstructie van de brug, gestolen. Niemand die zich daar echt over verbaasde of druk maakte, want het is nu eenmaal bekend dat Madurezen gerenommeerde ‘ijzerverzamelaars’ zijn. Gewoon een kwestie van je bij de feiten neerleggen dus.

Eerlijk gezegd heb ik met dit aspect van de Indonesische samenleving nog steeds wat moeite.

Glenn Abels